Ontwikkeling & cognitie bij PTHS

Cognitie

Kinderen en volwassenen met PTHS hebben vaak problemen met het herkennen en een plaats geven van de prikkels die van buiten en binnen hun lichaam komen. Als ouders en verzorgers erin slagen om de omgeving ‘stiller’ te maken (filteren) krijgen ze gemakkelijker de echt belangrijke informatie binnen, worden ze niet langer overladen met informatie en hebben ze vaak ook minder gedragsproblemen.

Bij de meeste mensen met PTHS varieert hun ontwikkelingsleeftijd van 9 tot 36 maanden (gemiddeld 14 tot 16 maanden). Mensen met PTHS hebben lichte tot ernstige problemen in het aanleren van motorische vaardigheden, zoals omrollen, zitten en lopen, en ze maken vaak herhaalde bewegingen zoals klappen en wapperen met de hand, herhaalde bewegingen van hand tot mond, schudden met het hoofd, tegen hun hoofd slaan, schommelen met het lichaam, wassen, kruisen van vingers, en tenen tegen elkaar wrijven.

Slechts weinigen leren zich te kleden of alleen het toilet te gebruiken. Maar velen kunnen wel helpen met het aan- en uitkleden, zoals hun jas los ritsen. Ze blijven vaardigheden kunnen ontwikkelen naarmate ze ouder worden, bij slechts weinige oudere mensen gaat dit vermogen verloren.

Iedereen met PTHS moet worden getest voor het bepalen van het niveau van cognitie, van de sociaal-emotionele ontwikkeling en communicatieve vaardigheden.

Autisme Spectrum Stoornis (ASD)

Het gebrek aan sociale en communicatieve vaardigheden kan niet worden verklaard alleen door de mate van hun verstandelijke beperking. Daarom is een zorgvuldige observatie van het gedrag, met inbegrip van autisme-specifieke beoordelingen, zeker zinvol. Een aparte diagnose van ASD, naast PTHS, moet bij iedereen met PTHS worden overwogen. Als een dergelijke diagnose wordt gesteld, zullen hierop gerichte maatregelen vaak erg nuttig zijn.

Angst en onrust

Angstig, onrustig en/of agressief gedrag kan een gevolg zijn van frustratie of niet kunnen communiceren. Agressie en schreeuwen komen vaak voor bij veranderingen in de routine. Het begin van de puberteit kan dit gedrag doen toenemen.

Repetitief gedrag/stereotypen

De meeste mensen met PTHS laten telkens weer herhaalde bewegingen zien, zoals flapperen met de armen, draaien van hun romp, of snel bewegen van handen of vingers. Dit is te zien aan de manier waarop ze voorwerpen als speelgoed vasthouden, bijvoorbeeld door het in hun hand rond te draaien en door gefascineerd te zijn door bepaalde voorwerpen. Deze herhaalde gedragingen kunnen sterker worden wanneer ze angstig zijn of wanneer ze niet in staat zijn om weg te komen van situaties zoals een kamer met luide muziek. Een rustigere leefomgeving kan dan veel verschil maken.